Het ontstaan van Almere en de bereikbaarheid in de jaren 70
De Flevopolder, waar Almere later zou verrijzen, werd in de jaren vijftig en zestig drooggelegd.
In de jaren zeventig was Almere nog geen bruisende stad vol woonwijken, winkelcentra en moderne stations. Waar nu duizenden mensen wonen, lag vroeger de bodem van de voormalige Zuiderzee. Het ontstaan van Almere begon eigenlijk al veel eerder, toen Nederland besloot land terug te winnen van het water. Na de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 veranderde de gevaarlijke Zuiderzee langzaam in het rustige IJsselmeer. Daarmee ontstond de mogelijkheid om nieuwe polders droog te leggen.
De Flevopolder, waar Almere later zou verrijzen, werd in de jaren vijftig en zestig drooggelegd. Grote gemalen pompten miljoenen liters water weg totdat vruchtbare kleigrond zichtbaar werd. Eerst was het gebied vooral bedoeld voor landbouw, maar in de jaren zestig groeide de woningnood rond Amsterdam snel. De overheid besloot daarom een compleet nieuwe stad te bouwen: Almere. Het moest een moderne stad worden met veel groen, brede wegen en ruimte voor gezinnen die de drukte van de Randstad wilden verlaten.
In 1975 arriveerden de eerste bewoners in Almere Haven, de oudste wijk van de stad. Er stonden nog maar weinig huizen en overal reden vrachtwagens over modderige wegen. Straatlantaarns waren schaars en veel bewoners moesten voor boodschappen nog naar omliggende steden reizen. Toch hing er een bijzondere sfeer. Iedereen wist dat ze onderdeel waren van iets nieuws. Almere groeide letterlijk uit de zeebodem omhoog.
Ook de A1 richting Amersfoort en het oosten van Nederland werd belangrijk.
Een belangrijke uitdaging in die beginjaren was de bereikbaarheid. Almere lag geïsoleerd in de jonge polder en goede verbindingen waren noodzakelijk om de stad aantrekkelijk te maken. Daarom speelde de aanleg van snelwegen een grote rol. De Rijksweg A6 werd dé levensader van Flevoland. Deze snelweg verbond Almere via de Hollandse Brug met Amsterdam en de rest van Noord-Holland. Voor veel nieuwe bewoners betekende dit dat zij in Amsterdam konden werken en toch ruim konden wonen in Almere.
Ook de A1 richting Amersfoort en het oosten van Nederland werd belangrijk. Via het knooppunt Muiderberg ontstond een directe aansluiting tussen Almere en de Randstad. In de jaren zeventig waren deze wegen nog relatief rustig. Automobilisten reden langs uitgestrekte vlaktes, dijken en jonge bossen. Er stonden nauwelijks gebouwen en ’s avonds was het er donker en stil.
